Inbreng in openbare informatieronde

Door Leendert Mijnders, fractievoorzitter SGP-ChristenUnie

Inleiding

De traditie in Barendrecht is dat de grootste partij het initiatief neemt en met een voorstel komt voor het formatieproces. Wat ons betreft is dat een goede gewoonte. Daarna kunnen alle partijen iets van het voorstel vinden en kan de meerderheid tot een besluit komen over het proces. Wij kunnen het voorstel van EVB waarderen en tonen ons respect door een inhoudelijke reactie en een beargumenteerd tegenvoorstel op een enkel onderdeel.

Voorzitter, vorige week maandag sloot ik af met de conclusie dat het gezien de moeilijkheid in het proces en ook in het belang voor Barendrecht om tot een stabiel bestuur te komen goed zou zijn om nog wat tijd te nemen.

Die tijd hebben we genomen om:

1 de mogelijkheden op een rij te zetten en met andere partijen af te stemmen

2 Na te denken over het proces

Waarom openbaar?

Vorige week maandag werd door EVB een voorstel gedaan voor het formatieproces. We gaven toen al aan nog onze bedenkingen te hebben bij het proces rondom een informateur. 

Allereerst omdat naar onze mening in 2014 onvoldoende rekening is gehouden met een evenwichtige balans tussen de partijen en ook met de onderlinge spanningsvelden tussen de partijen. Juist de formele setting tijdens de informatieronde zorgde ervoor dat er te weinig ruimte was voor onderlinge afstemming gericht op vertrouwen en persoonlijke samenwerking.

Maar er is echter nog een aspect waarom onze fractie twijfelt aan een informatieronde achter gesloten deuren. 

De informatie ronde in 2014 verliep uiterst opmerkelijk. De toenmalige informateur stelde als tussenconclusie dat EVB, CDA, SGP-CU en D66 de fracties waren waaruit een coalitie gevormd kon worden. De eindconclusie was dat EVB, CDA en D66 moesten gaan formeren, terwijl toen al bekend was dat er bij de betreffende partijen twijfels waren of dat op dat moment de beste optie was. Nog opmerkelijker was het vervolg waarin niet de combinatie EVB, CDA en SGP-CU ging formeren maar VVD aansloot. Achteraf bezien niet het beste informatieproces. 

De SGP-CU vindt het belangrijk dat eventuele tussenconclusies ook met alle betrokken partijen besproken kunnen worden. Juist dat zorgt er voor dat direct rekening gehouden kan worden met de feedback van alle betrokken partijen en dat de vervolgstap in ieder geval op draagvlak kan rekenen van de partijen die het betreft.

De SGP-CU ziet geen enkele reden om in eerste instantie de vragen ten aanzien van het informatieproces alleen in beslotenheid bij een informateur te beantwoorden. Wij kunnen in alle transparantie duidelijk zijn over onze visie op mogelijke coalities. Dat geeft ons de mogelijkheid om ook direct in het openbaar te beargumenteren waarom wij een bepaalde coalitie adviseren en daarover eventuele vragen van andere partijen te beantwoorden. Op basis van de uitkomsten van zo’n openbare ronde kunnen we daarna gezamenlijk kijken naar het vervolg.

Beantwoording vragen

Voorzitter ik wil daarom ook nu van de gelegenheid gebruik maken om de vragen uit het procesvoordeel van de EVB in openbaarheid te beantwoorden. Dit betreffen de volgende vragen die ik in één betoog in samenhang met elkaar zal beantwoorden:

  • Welke coalitie is, gegeven de verkiezingsuitslag, de meest voor de hand liggende combinatie?
  • Is de partij bereid deel te nemen aan een college, onder welke voorwaarden?
  • Met welke partijen wil men absoluut niet in een college?
  • Overige andere zaken?

Met alle partijen heeft de SGP-CU de afgelopen periode goed samengewerkt. Maar voorzitter voor het vormen van een coalitie kijk je ook verder, om de vragen te beantwoorden is het dan ook van belang om alle partijen in Barendrecht kort langs te lopen.

Allereerst de EVB:

Zowel vanuit de oppositie als in de coalitie heeft onze fractie goed samengewerkt met de EVB. Op inhoud wisten we elkaar te vinden. Ik noem een aantal voorbeelden:

  • De herontwikkeling van de begraafplaats aan de Scheldestraat;
  • Extra geld voor het onderhoud van de buitenruimte
  • Het behoud van het dorpse karakter in Barendrecht (voorbeeld is de visie op centrum noord-oost in de laatste coalitieperiode)

Er waren ook punten waarop we tegenover elkaar stonden:

  • Aanpassing van de zondagopenstelling ondanks dat de evaluatie-periode nog liep;
  • Het doorvoeren van belastingverlagingen als er structureel geld over was;
  • Het vormgeven van de BAR samenwerking

Naast de inhoudelijke samenwerking is het ook belangrijk te kijken of er eventuele spanningsvelden zijn in de bestuursstijl ten opzichte van de raad, organisatie en de regionale partners. Hierin zijn een aantal risico’s te benoemen.

Zoals vorige week maandag aangegeven hebben alle partijen die met EVB in een coalitie hebben gewerkt verloren. De vraag is hoe dat komt, allereerst natuurlijk een taak van de verliezende partijen om daarover na te denken. Wat ons wel opvalt is dat EVB politieke successen goed uitnut. Ik zal een voorbeeld noemen. In een artikel waarin de EVB terugblikt op de afgelopen periode geeft zij aan dat zij in samenwerking met andere politieke partijen een aantal mooie resultaten heeft geboekt. Een van de resultaten die genoemd worden is dat “De onderdoorgang A29 is opengesteld voor autoverkeer” Ook vorige week maandag hintte de EVB hierop in hun inbreng.

Het volledige verhaal is echter dat het CDA in 2014 in samenwerking met studenten van de Hogeschool Rotterdam onderzoek heeft gedaan naar de verbinding tussen Barendrecht centrum en Carnisselande. En dat het openstellen van de onderdoorgang onder de A29 een langjarige wens was die was opgenomen in het verkiezingsprogramma van de VVD Barendrecht. Algehele openstelling was wat de EVB betreft toen nog te kort door de bocht.

Op initiatief van de VVD is de openstelling van de onderdoorgang in het coalitieakkoord en het collegeprogramma van 2014 terecht gekomen.

Het gevoel zou onterecht kunnen ontstaan dat EVB dit succes heeft bereikt, maar juist VVD en CDA hebben er dus voor gezorgd dat de raad in april 2016 besloot om de onderdoorgang open te stellen!

Voorzitter ik begrijp het politieke spel in campagnetijd en ik kan er ook van genieten maar ook in dit soort situaties is het geven en nemen. 

Daarnaast is de inbreng van de EVB in columns soms wat cru. Bijvoorbeeld de column waarin de heer Vermaat de heer Smit bestempeld als een dorpsgek. Dit heeft ons tot nadenken gezet, is dit verkiezingsretoriek of ontstaat door dergelijke uitingen een negatief beeld over het Bestuur van Barendrecht? Dat zou wat de SGP-CU betreft onwenselijk zijn.

Een ander risico of spanningsveld in de bestuursstijl ten opzichte van de organisatie en de regionale partners is de positie van de EVB wethouders ten opzichte van de BAR partners. De SGP-CU is van mening dat je op dit punt als partijen alle standpunten moet kunnen innemen, echter vanuit bestuurlijk oogpunt is het hierin ook belangrijk om de verbinding te zoeken met Albranswaard en Ridderkerk. Vanuit gelijkwaardigheid en een positieve samenwerking is het beste resultaat te behalen voor de organisatie van Barendrecht. De verstoorde relatie met de BAR partners dragen hierin niet bij aan een positief resultaat. Misschien is juist een frisse start met nieuwe bestuurders een teken van goede wil richting onze BAR partners.

Tot slot zie ik nog een laatste risico voorzitter. 

Landelijke cijfers zeggen ons dat lokale partijen net iets vaker dan landelijke partijen ruzie en scheuringen kennen. Zeker bij een hele grote fractie van 14 raadsleden waarvan 10 nieuw is dat een risico. Niet dat er nu enige signalen zijn dat EVB op uiteenvallen zou staan in tegendeel, er staat een enthousiast team met leuke nieuwe mensen klaar die graag aan de slag willen. Ik kijk er echt naar uit om met hen in de raad samen te werken. Maar voorzitter juist als het moeilijk word is het lastig om 14 hoofden de zelfde kant op te krijgen en samen een partijkleur naar buiten te laten brengen. We weten nog niet hoe zij als fractie om zullen gaan met moeilijke onderwerpen. EVB is minder ideologisch gedreven waardoor een gezamenlijke basis in moeilijke discussies kan ontbreken. Een eventuele scheuring kan de bestuurlijke stabiliteit van Barendrecht in gevaar brengen.

Dan het CDA:

Ik zal er niet om heen draaien voorzitter. Het CDA is voor ons de eerste voorkeur partner om mee samen te werken in een eventuele coalitie. Samen met het CDA voeren we politiek vanuit een Christelijk gedachtegoed en inhoudelijk staan we dicht bij elkaar. Juist op momenten die vooraf niet te voorzien zijn kun je terugvallen op een gezamenlijk gedachtegoed. In 2014 had de SGP-CU niet voor niets een lijstverbinding met het CDA.

Inhoudelijk kunnen we elkaar goed vinden op punten zoals:

  • de zondagsrust
  • het dorpse karakter van Barendrecht
  • De zorg dossiers

Op de punten cultuur en sport denken we soms verschillend.

Naast de inhoudelijke samenwerking zien wij op dit moment geen spanningsvelden in de samenwerking met het CDA ten opzichte van de raad, organisatie en de regionale partners.

Ook bij het CDA zie ik een enthousiast team met leuke mensen en ik kijk ook naar uit naar de samenwerking de komende periode.

De VVD:

We weten dat de VVD de afgelopen periode moeite heeft gehad om zich te herstellen na de val van de vorige coalitie. Als we terug kijken naar de verkiezingscampagne dan moet ik zeggen dat het de VVD goed gelukt is om het herstel door te zetten en zich als stabiele partner neer te zetten.

Inhoudelijk zijn er voor ons punten waar we de VVD goed kunnen vinden een aantal voorbeelden zijn:

  • Het doorvoeren van eventuele belasting verlagingen als er structureel geld over is.
  • De visie op ondernemend Barendrecht en de manier waarop we moeten bijsturen in projecten zoals Nieuw Reijerwaard.
  • Bestuurlijke vraagstukken ten aanzien van de BAR organisatie.

Er waren ook punten waarop we tegenover elkaar stonden, ik noem bijvoorbeeld de zondagopenstelling. Dit is een punt waarover we heldere afspraken moeten maken bij een eventuele samenwerking.

Naast de inhoudelijke samenwerking zien wij op dit moment geen spanningsvelden met betrekking tot bestuursstijl ten aanzien van de VVD. We vinden elkaar in de manier waarop we samen met de regionale partners het beste willen zoeken voor Barendrecht.

Ook bij de VVD staat er een enthousiast team van raadsleden. In de campagne hebben zij laten zien dat ze als één team graag willen samenwerken. Onze fractie kijkt er naar uit om ook met deze raadsleden de komende periode samen te werken.

De PvdA:

Er zijn diversen punten waarop we elkaar inhoudelijk vinden met PvdA. Voorbeelden zijn de zorg voor de naaste, het sociaal domein en armoedebeleid.

Op andere punten denken we verschillend zoals zondagsrust en bijvoorbeeld bouwhoogte in Barendrecht Centrum. 

Naast de inhoudelijke samenwerking zien wij op dit moment geen spanningsvelden in de samenwerking met PvdA ten opzichte van de bestuursstijl. De afgelopen periode hebben we op een hele positieve manier met PvdA samengewerkt in de oppositie en ook bij PvdA zie ik een enthousiast team met leuke mensen waarmee we graag willen samenwerken. 

GroenLinks:

Er zijn diversen punten waarop Groen Links en SGP-CU elkaar inhoudelijk vinden. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Winkelopenstelling op zondag, zij het vanuit verschillende argumenten.
  • De zorg voor de aarde en duurzaamheid
  • De zorg voor gemeentelijke monumenten

Op andere punten denken we soms verschillend:

  • Het subsidiëren van cultuur, hoewel we elkaar op dit punt ook vaak weten te vinden denk aan cultuur lokaal en het trefpunt.

Naast de inhoudelijke samenwerking zien wij op dit moment geen spanningsvelden in de samenwerking met Groen Links ten opzichte van de bestuursstijl.

Ook bij Groen Links zie ik een enthousiast team met leuke mensen waarmee we graag willen samenwerken de komende periode.

D66:

Op landelijk niveau staan D66 en SGP-CU vaak tegenover elkaar op medisch ethische kwesties. Hoe staan we dan lokaal ten opzichte van D66? In 2014 had D66 de SGP-CU als eerste voorkeurpartner naast de EVB om samen een coalitie te vormen. Vanuit de SGP-CU was onze eerste voorkeur echter om samen te werken met het CDA. Toen in 2016 een nieuwe coalitie gevormd moest worden hebben we daaraan vastgehouden. Na de vorming van de coalitie in 2016 hebben we hierover een persoonlijk gesprek gehad met de raadsleden van D66. Van dat gesprek zijn mij een aantal zaken bijgebleven. 

Allereerst het wederzijdse respect en de persoonlijke wil om naar elkaars standpunten te luisteren en de inspanning om elkaar te begrijpen. 

Voor de goede orde inhoudelijk denken we op sommige standpunten zoals de zondagopenstelling nog steeds verschillend. Maar daar is wel een basis gelegd om op gezamenlijke onderwerpen samen te werken als dat kan. 

Groot is onze waardering voor de manier waarop D66 zich heeft ingezet voor de hospice. De persoonlijke gedrevenheid op de zorgdossiers zijn ook onze complimenten waard. 

Na de informatieronde in de vorige periode en na onze gesprekken met D66 heeft onze fractie nagedacht over de vraag of we met D66 een coalitie zouden kunnen vormen.

Zoals aangegeven is voor de SGP-CU het CDA onze eerste voorkeur partner. Naast het CDA zou D66 voor ons een prima partner kunnen zijn in een coalitie.

Hierin is het voor ons wel belangrijk dat we heldere afspraken maken over de manier waarop we omgaan met principiële punten, in Barendrecht hoe we omgaan met de zondagsrust. Met het team van mensen dat er nu zit bij D66 heb ik er het volste vertrouwen in dat we dergelijke afspraken ook kunnen maken.

Inhoudelijk kunnen we elkaar vinden op punten zoals zorg, duurzaamheid en onderwijs. Wat betreft bestuursstijl en de relatie met regionale partners zien wij geen spanningsvelden in een samenwerking met D66.

SLOT:

Tot slot voorzitter de SGP-CU is bereid deel te nemen aan een college maar niet ten koste van alles. Voor ons is het van belang dat er over de zondagsrust heldere afspraken worden gemaakt. Wij sluiten daarbij geen partijen uit. We zien het als onze verantwoordelijkheid om met alle partijen of deze nu in de oppositie of in de coalitie zitten samen te werken in de raad.

Wat nu nog rest is de vraag “Welke coalitie is, gegeven de verkiezingsuitslag, de meest voor de hand liggende combinatie?”

Belangrijke onderwerpen voor de komende periode zijn:

  • De BAR samenwerking en de manier waarop bestuurders van Barendrecht, Albranswaard en Ridderkerk met elkaar kunnen samenwerken (zeker richting 2020). Het is uiterst belangrijk dat de BAR gemeenten zelf in gesprek blijven zodat de provincie niet gedwongen word om in te grijpen met scenario’s waar we met zijn allen echt niet op zitten te wachten. Dat zelfde geldt voor de BAR als organisatie denk bijvoorbeeld aan de zorgelijke brief die we ontvingen van de ondernemingsraad. Ik denk dat het een goed idee is om met nieuwe gezichten in het DB van de BAR een frisse start te maken om juist vanuit verbondenheid samen te bouwen aan positieve resultaten voor de gemeente Barendrecht.
  • Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp niet alleen vanwege de doelstelling van Barendrecht zelf op dit punt maar ook vanwege de landelijke ontwikkelingen. Denk hierbij aan het recente advies om vanaf 2021 de gasketel te verbieden en de landelijke doelstelling om binnen 12 jaar niet meer afhankelijk te zijn van het gas uit Groningen (Besluit minister Wiebes). Het is daarom belangrijk dat de gemeente Barendrecht er voor zorgt dat er op korte termijn alternatieven voor Gas in Barendrecht beschikbaar komen.
  • Zorg, de afgelopen jaren hebben in het teken gestaan van de decentralisaties. De komende jaren zijn belangrijk om een kwaliteitsslag te kunnen maken in Barendrecht. Denk alleen al aan de aanbevelingen van de rekenkamer over de wijkteams. Hierin gaat het niet alleen over geld of capaciteit maar juist ook over een cultuuromslag in de organisatie. Minder procedureel en in hokjes denken maar oplossingsgericht passend binnen de geest van wetgeving en verordeningen.
  • Ondernemers, met name in de ontwikkeling van Nieuw Reijerwaard ligt er nog een grote opgave voor de gemeente Barendrecht. Het is hierin belangrijk om van Nieuw Reijerwaard een succes te maken voor zowel de lokale economie als voor de bedrijven in Barendrecht.

Als we naar deze thema’s kijken dan liggen CDA, SGP-CU, VVD, PvdA, GroenLinks en D66 het dichtste bij elkaar. 

Als we kijken naar de oriënterende informele gesprekken van de afgelopen tijd dan heb ik vanuit alle partijen de wil ervaren om met de SGP-CU samen te werken. Wel heeft de EVB mij de vraag gesteld of ik het CDA eventueel als eerste voorkeurpartner zou willen loslaten. Ik heb daarom in mijn inbreng duidelijk aangegeven waarom wij het CDA als eerste voorkeur partner hebben gekozen en ik heb geen inhoudelijke argumenten gevonden om hier van af te zien.

Alles overwegende en met in achtname van de genoemde risico’s en eventuele spanningsvelden in de bestuursstijl ten opzichte van de raad, organisatie en de regionale partners is een coalitie van CDA, SGP-CU, VVD, PvdA, GroenLinks en D66  de meest voor de hand liggende combinatie.

De vraag die nog rest is of deze combinatie voldoende recht doet aan de verkiezingsuitslag?

Om recht te doen aan de verkiezingsuitslag is het voor ons belangrijk dat een eventuele coalitie kan rekenen op een meerderheid in de raad en dat binnen deze coalitie ook meerdere politieke partijen aanwezig zijn zodat er draagvlak ontstaat vanuit verschillende groepen in de samenleving.

Voorzitter de genoemde combinatie voldoet aan dit criteria. De vraag is of EVB als enige oppositiepartij voldoende in staat is om een evenwichtig oppositiegeluid te laten horen. Gezien de energie die er was in de campagne van de EVB heb ik er wel vertrouwen in dat zij dit in de raad ook kunnen waarmaken als oppositiepartij.

Wat de SGP-CU betreft starten de genoemde 6 partijen verkennende gesprekken om te bezien of gekomen kan worden tot een coalitie.