Huishoudelijke hulp

De rechtspraak met betrekking tot huishoudelijke hulp in het kader van de WMO is nogal in ontwikkeling. Op 8 oktober heeft de hoogste rechter in dit soort van zaken, de Centrale Raad van Beroep in Utrecht, geoordeeld dat gemeenten niet meer “resultaat gericht” (een schoon huis) huishoudelijke hulp mogen indiceren, maar dat zij op basis van maatwerk uren huishoudelijke hulp aan aanvragers van hulp moeten toekennen.

Naar aanleiding daarvan heeft de fractie van SGP-Christen Unie op 17 november schriftelijke vragen aan het College gesteld. Uit het antwoord van het College (3 december jl.) op die vragen, blijkt dat de huishoudelijke hulp ook in Barendrecht resultaatgericht wordt ingekocht en geïndiceerd, maar dat het College een nadere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep op 10 december en een gezamenlijke met het Ministerie van VWS en de VNG wil afwachten alvorens maatregelen te nemen.

Inmiddels heeft de Centrale Raad van Beroep op 10 december jl. de door het College verwachte uitspraak gedaan. In die uitspraak is geoordeeld, dat de betrokken gemeenten hun normtijden voor huishoudelijke hulp niet mogen onderbouwen met een algemeen KPMG-onderzoek. De normtijden van dit onderzoek mag men niet gebruiken om het aantal uren huishoudelijke hulp vast te stellen als in een gemeente andere beleidskeuzes worden gemaakt. De betrokken inwoners in die zaken houden daarom recht op het hogere aantal uren huishoudelijke hulp, dat zij ontvingen voor de aanpassing van het beleid.

Naar aanleiding van deze uitspraak heeft de fractie van SGP-ChristenUnie op 18 december wederom vragen gesteld aan het college.

In het vragenkwartier heeft het college aangegeven, dat op dit moment nog niet duidelijk op welke wijze de inkoop en indicatie van huishoudelijke in Barendrecht moet worden aangepast. Op 14 januari 2019 vindt er een bijeenkomst plaats met de VNG en het Ministerie van VWS en wordt de situatie met betrekking tot de huishoudelijke hulp besproken. Bedoeling is dat er een duurzame aanpassing komt. Het college heeft toegezegd dat de raad na 14 januari over de uitkomsten van de bijeenkomst in Den Haag, waar ook de gemeente Barendrecht aanwezig zal zijn, zal worden geïnformeerd.

Wordt vervolgd!